Dorp

Provincie

Route: 


Datum gewandeld:

Afstand: 4,5 km

Bewegwijzering: Knooppunten: > > > > > >

Parkeren: adres + Voldoende / beperkt / betalend / gratis

Ondergrond: Asfalt, bospad, veldweg, modderig bij regen, etc.

Route (lusvormig of heen-en-terug):

Terrein (vlak of heuvelachtig):

Aandachtspunten

1. VOOR DE WANDELING – mijn verwachting

Waar gaan we wandelen?

Waarom hebben we deze wandeling gekozen?

Wat verwachtte ik ervan?

Met wie wandel ik?

Hoe lang / welke route?

Wat voor weer / seizoen was het?

Hoe geraakte je er (auto, fiets, bus)?


 

2. AANKOMST – de eerste indruk

Wat valt me meteen op?

Was er iets verrassends bij aankomst?

Wat dacht ik op dat moment?

Een grappig of opvallend detail:

 


 

3. ONDERWEG – wat zie ik?

Noteer geen volledige zinnen. Gewoon losse woorden en ideeën.

Landschap (open, bosrijk, velden, water):

Mooiste of meest opvallende uitzicht:

Bijzonder plekje of wat maakt deze plek uniek:

Dieren:

Geuren / geluiden:

Kleine details die me opvallen:

Iets grappigs:

 


 

4. DE VERRASSING

Wat had ik totaal niet verwacht?

Was de wandeling anders dan ik vooraf dacht?

Wanneer dacht ik: “Wow, dit had ik niet verwacht”?

Wat maakt deze wandeling anders dan andere wandelingen?

Was er een duidelijk keerpunt?


 

5. MIJN MOMENT

Was er een moment waarop ik iets voelde?

☐ rust

☐ stilte

☐ verwondering
☐ plezier
☐ frustratie
☐ vermoeidheid
☐ geluk
☐ nostalgie
☐ verwondering
☐ iets anders: __________

Wat dacht ik toen?

Was er iets waardoor ik even mijn dagelijkse leven vergat?

Had je een bepaald gevoel tijdens de wandeling?

 


 

6. HET VERHAAL

Is er iets misgelopen, grappigs gebeurd of onverwachts gebeurd?

Wat zou ik thuis als eerste vertellen over deze wandeling?

Welke scène zie ik nog helemaal voor me?

Kan ik hier een klein verhaaltje van maken?

 


 

 

7. MIJN EINDOORDEEL

Zou ik deze wandeling opnieuw doen?

Waarom?

Voor wie zou ik ze aanraden?

Wat is mijn favoriete moment van de wandeling?

 


VAN ANTWOORDEN NAAR VERHAAL

① Begin met een verwachting

“We gingen eigenlijk op pad om…”

② Laat iets gebeuren

“Maar toen we aankwamen…”

③ Neem de lezer mee onderweg

“Even later…”

④ Zoom in op 2 à 3 concrete momenten

“Het ene moment… Het volgende…”

⑤ Voeg jouw gedachten of humor toe

“En natuurlijk dacht ik…”

⑥ Laat een verrassing komen

“Wat ik vooraf niet had verwacht…”

⑦ Eindig met wat de wandeling bijzonder maakt

“En misschien is dat wel waarom…”

⑧ Sluit af met jouw persoonlijke oordeel

“Deze wandeling doen we graag nog eens opnieuw omdat…”

Wat deze wandeling de moeite waard maakt…

Deze wandelingen in de buurt zijn ook de moeite